Willem Kloos werd geboren in Amsterdam op 6 mei 1859 en overleed te Den Haag op 31 maart 1938. Hij debuteerde als dichter in 1880 met Rhodopis in het tijdschrift "Nederland".

Tijdens zijn studententijd leerde hij een andere veelbelovende dichter kennen; Jacques Perk. Na de dood van Perk in 1881 gaf Willem Kloos zijn Gedichten uit (in 1882; samen met C. Vosmaer). Vooral de door Kloos geschreven 'Inleiding' is in de literatuurgeschiedenis bekend geworden als het manifest van de Beweging van Tachtig.

Willem Kloos was in 1885 betrokken bij de oprichting van De nieuwe gids, samen met Frederik van Eeden, Frank van der Goes, Willem Paap en Albert Verwey. Met de laatste was Kloos innig bevriend totdat Verwey's verloving met Kitty van Vloten in september 1888 de elektrische schok leverde waardoor (in 2 dagen tijd) een stroom gedichten tot stand kwam: het "Het Boek van Kind en God", bestaand uit 10 sonnetten, gevolgd in oktober door nog eens een twintigtal verzen (o.a. Herinnering I en II, Doodgaan I en II, Doodsliedjes, PathologieŽn en het bekende Van de zee). Deze gedichten worden algemeen beschouwd als het hoogtepunt in Kloos' lyrische dichtkunst. Ze werden gepubliceerd in de vierde jaargang van De nieuwe gids, deel 1, in de oktoberaflevering 1888.



 



De blâren vallen zacht... *

De blâren vallen zacht...
Ik kan alleen betreuren,
Dat ik niet eens verwacht,
Wat eens nog kan gebeuren...
De blâren vallen zacht...

Willem Kloos

* dit gedicht is door Close to Kloos op muziek gezet en is onderdeel van het repertoire

 
 
home